Slimme energie vraagt om gezamenlijke regie

Slimme energie vraagt om gezamenlijke regie

De energietransitie belooft meer transparantie. Kwartiertarieven, slimme meters, batterijen die automatisch laden en ontladen op het goedkoopste moment. Eindelijk ziet de gebruiker wat energie werkelijk kost en wanneer. Maar op Lage Weide, waar ik dagelijks zie hoe bedrijven met die belofte omgaan, bekruipt me een ander gevoel. We maken het systeem transparanter en tegelijk complexer.

Ik richt me hier op elektriciteit. Voor gas bestaat een vergelijkbare dynamische markt via de TTF, maar met één dagprijs per etmaal ontbreken de intraday-sprongen waar dit verhaal om draait. 

Een Nederlandse energierekening is juridisch één document, maar economisch een samenraapsel van vijf verschillende markten: de groothandelsmarkt bepaalt de spotprijs, de retailmarkt voegt de leveranciersopslag toe, de gereguleerde netmarkt rekent transport- en capaciteitstarieven, de belastingmarkt stapelt energiebelasting en btw, en de salderingsmarkt verrekent teruglevering. Elk van die markten heeft eigen spelregels, eigen tijdshorizonnen en eigen prikkels. Niemand heeft ze in samenhang ontworpen. De factuur is het eindresultaat van vijf systemen die toevallig op hetzelfde vel papier terechtkomen.

Wie stuurt de energie?

Bij een dynamisch contract komt daar sinds 1 oktober 2025 de kwartierprijs bij: 96 prijsmomenten per dag in plaats van 24, die kunnen variëren van min vijftien cent tot vijftig cent per kWh - en bij overschotten van zon en wind incidenteel nog scherper. In 2025 kende Nederland ruim 580 uren met negatieve stroomprijzen, ruim vier keer zoveel als in 2020. Wie dat wil benutten, heeft een algoritme, een batterij en een aggregator nodig. Wie dat niet heeft, of niet begrijpt wat er namens hem wordt gedaan, betaalt de rekening zonder de regie te hebben gehad. 

Op Lage Weide zien we dat dagelijks. Kleinere bedrijven leunen op hun leverancier. Grotere bedrijven als DHL hebben eigen energiemanagers. De meesten zitten ertussenin: ze hebben een contract bij Friday Energy, Kenter Groendus of een vergelijkbare partij, een batterij of een slimme installatie, en een vaag vermoeden dat het goed geregeld is. Of dat zo is, weten ze niet. Met genoemde partijen hebben we een heel goede samenwerking en dito referenties, maar uit ervaringen met andere bedrijven weten we ook dat dit niet vanzelfsprekend is. En dat is voor mij precies het probleem. 

De agent die niet alleen voor jou werkt

Wie zijn energieoptimalisatie uitbesteedt aan een aggregator, vertrouwt erop dat die partij in zijn belang handelt. Maar een aggregator beheert niet één klant, hij beheert een portefeuille. Hij optimaliseert op het gewogen gemiddelde van zijn hele klantenbestand, op de marges die hij maakt op de flexibiliteitsmarkten, en op de eenvoud van zijn eigen operationele model. Dat hoeft niet samen te vallen met wat het beste is voor jouw bedrijf, jouw net of je buurman op het terrein. 

Dit is geen verwijt aan aggregatoren. Het is een structurele eigenschap van elke relatie waarin iemand met meer informatie en andere prikkels namens jou beslissingen neemt. Economen noemen dit het principal-agentprobleem. De principaal (de ondernemer) kan het handelen van de agent (de aggregator) niet volledig beoordelen, omdat hij de informatie niet heeft en de complexiteit het toezicht bemoeilijkt. Naarmate energiesystemen complexer worden, groeit die informatiekloof. En daarmee de afhankelijkheid.  

Het principal-agentprobleem is in de energiesector extra schrijnend, omdat de gevolgen van een suboptimale beslissing (bijvoorbeeld een batterij die op het verkeerde moment ontlaadt of een flexibiliteitsdienst die niet levert wat werd beloofd) pas achteraf zichtbaar worden op een factuur die toch al moeilijk te ontcijferen is. De feedbackloop die gedrag zou moeten corrigeren, werkt niet. 

Het reboundeffect: slim gedrag dat dom uitpakt

Er is een tweede, minder bekend probleem dat op bedrijventerreinen extra zwaar weegt: het reboundeffect. Wanneer een aggregator tientallen of honderden klanten tegelijk instrueert om hun batterijen te ontladen of hun verbruik te verschuiven (omdat de marktprijs dat op dat moment beloont), doen al die klanten op hetzelfde moment hetzelfde. De individuele actie is rationeel. Het collectieve resultaat is een nieuwe piek, direct na het stuurmoment, die soms groter is dan de oorspronkelijke piek die men wilde vermijden. Met de overstap naar kwartierprijzen kan die piek zich nu ook nog eens concentreren in één kwartier in plaats van uitsmeren over een uur. 

Wetenschappelijk onderzoek (Broka & Baltputnis, IEEE European Energy Market, 2020) toont dat dit reboundeffect in ernstige gevallen de oorspronkelijke vraagpiek overtreft en het net destabiliseert. De vraag verschuift in de tijd, maar verdwijnt niet. De vraag verschijnt juist op een moment waarop het systeem er slechter mee om kan gaan. Wat slim was voor elk individu afzonderlijk, is dom voor het net als geheel. 

Op een bedrijventerrein als Lage Weide, waar tientallen bedrijven hun eigen aggregator of energiemanager hebben, die ieder onafhankelijk van elkaar opereren, is dit risico reëel. Niet hypothetisch. Als vijf grote verladers tegelijk hun batterij ontladen omdat de EPEX-prijs piekt, en drie koelhuizen tegelijk hun compressoren aanslaan omdat de prijs daarna daalt, dan is het lokale net de dupe van beslissingen die elk op zichzelf correct waren.

Collectief wat je individueel niet kunt overzien

Dit is waarom de E-hub van EMCU op Lage Weide meer is dan een handig samenwerkingsverband. Het is een structureel antwoord op beide blinde vlekken tegelijk. 

Door flexibiliteit collectief te sturen (via Kenter Groendus als hofleverancier van de hub) verdwijnt het reboundeffect niet automatisch, maar wordt het beheersbaar. De optimalisatie vindt plaats op het niveau van de gezamenlijke aansluiting, niet op het niveau van vijf individuele contracten die toevallig op hetzelfde terrein lopen. En de informatie over wat er wordt gedaan en waarom, is in principe toegankelijk voor alle deelnemers. Al vereist dat wel dat de deelnemers die informatie ook daadwerkelijk opvragen en begrijpen. 

Wetenschappelijk onderzoek naar industriële energiegemeenschappen (CITCEA-UPC, 2024) laat zien dat bedrijven die gezamenlijk hun flexibiliteit aggregeren, structureel lagere energiekosten realiseren dan bedrijven die individueel optimaliseren. Ook als elk bedrijf al beschikt over eigen energiemanagementsystemen. De reden: collectieve sturing benut complementaire vraagprofielen en voorkomt dat individuele optimalisaties elkaar tegenwerken. 

Maar er is een voorwaarde die zelden wordt uitgesproken: collectieve sturing werkt alleen als de deelnemers begrijpen waarop wordt gestuurd en waarom. Een E-hub die zijn leden behandelt als passieve aansluitingen (‘wij regelen het wel’) reproduceert op collectief niveau precies het principal-agentprobleem dat we op individueel niveau proberen te vermijden. 

Wat dit vraagt van parkmanagement

De rol die hieruit voortvloeit voor een organisatie als ILW Parkmanagement Lage Weide is niet vanzelfsprekend, maar wel logisch. Niet het zelf uitvoeren van energieoptimalisatie. Dat is de rol van Kenter Groendus, Friday Energy en anderen. Wel het bewaken van de collectieve logica: zorgen dat individuele contracten en aggregatiestrategieën niet tegen elkaar inwerken. En zorgen dat deelnemers aan de E-hub begrijpen wat er namens hen wordt gedaan, en dat de governance van de hub transparant genoeg is om vertrouwen te rechtvaardigen. 

Dat is een nieuwe rol. Een rol die vraagt om een type kennis dat tussen techniek en bestuur in zit: niet de kennis van de energiehandelaar, maar de kennis van iemand die begrijpt hoe markten, prikkels en collectieve belangen zich tot elkaar verhouden op een terrein van achthonderd bedrijven. En dat vind ik zelf best uitdagend, hier was ik niet voor opgeleid. 

De energietransitie maakt energie complexer. Dat is onvermijdelijk. Maar complexiteit zonder collectieve regie is geen transparantie. Het is chaos met een slimme meter erbovenop. 

Roeland Tameling en Ilse Sijtsema schrijven beurtelings over hun ervaringen rond energiecollectieven (en pogingen daartoe) op hun bedrijventerreinen.

Roeland Tameling is directeur van de parkmanagementorganisatie op bedrijventerrein Lage Weide in Utrecht. Op Lage Weide (een van de nationale ‘Living Labs Werklandschappen van de Toekomst’) werken 18.000 mensen bij ruim 800 bedrijven. Ook is hij bestuurslid van de Nederlandse Vereniging van Parkmanagers.

Ilse Sijtsema is parkmanager van het Zwolse bedrijventerrein Hessenpoort. Hessenpoort is een van de koploperterreinen van de regio op het gebied van de vorming van een Smart Energy Hub, vergroening en overige verduurzamingsprojecten. Sinds de oprichting in 2024 is Ilse voorzitter van de Nederlandse vereniging van Parkmanagers.

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.